Naar de inhoud
WV-HEDW
DAL Zaterdag 21 Menno 2

Wedstrijdverslag

DAL Derby der Allerlaagste Landen

17 mei 2021

Verslag van binnenuit van de allereerste Derby der Allerlaagste Landen (DAL) 22 augustus 2020
Lager kan echt niet
Door Menno Bosma
Traag ploegt mijn boemeltrein door het Groene Hart van Nederland. Koeien heffen even hun kop op voordat ze met een bruingroene straal een nieuwe bijdrage leveren aan deze hete zomer. De stikstof hangt trillend boven de weilanden.
Dat ik in een boemeltje zit, past goed bij mijn missie van vandaag. Ik ga de Derby der Allerlaagste Landen (DAL) spelen. Mijn elftal, WV-HEDW zaterdag 21 uit Amsterdam, neemt het op tegen Kampong zondag 26 uit Utrecht. Deze clash der laagsten, zeg maar de kelderclash, zal zich voltrekken vlak bij het laagste punt van Nederland, de Zuidplaspolder, op 6,76 meter onder NAP. Daar gaan we voor eens en voor altijd uitmaken wie het allerlaagst is. En wie kunnen dat beter doen dan de seniorenteams met het hoogste cijfer achter hun naam?
Terwijl ik dit alles overdenk, en hoog en laag me nu al beginnen te duizelen, voel ik wedstrijdspanning als nooit tevoren. Ik ben 63 jaar, en voetbal al 55 jaar, maar heb nog nooit wat gewonnen. Nooit kampioen geweest, geen toernooi gewonnen, niks. Maar nu lijkt de kans op succes groter dan ooit. Wij Amsterdammers, grotendeels op of onder NAP levend, zijn in het voordeel. De Utreggers, die van 4 meter boven NAP komen, moeten in Nieuwerkerk immers een hoogteverschil van 10,76 meter overbruggen. Maar misschien zijn ze op laagtestage geweest, je weet het niet.
Nieuwe knie
De Sprinter brengt me van mijn geboortestad, Amsterdam, via het dorp waar ik mijn jeugd doorbracht, Abcoude, langs het stadje waar ik mijn carrière als journalist begon, Gouda. Zodra de voetbalvelden aan de rand van Abcoude opdoemen, wellen herinneringen onstuitbaar op. We speelden destijds ín het dorp, achter de kerken, waar nu de gelijknamige woonwijk ligt. Mijn geloofsgroep, de protestanten, vormde samen met de goddelozen de zaterdagclub ASC ’37. De katholieken speelden op zondag, bij Abekewalda. Zelden was er een wedstrijd tussen ASC ’37 en Abekewalda. Je nam het alleen tegen het andere geloof op bij het jaarlijkse trefbaltoernooi van de lagere scholen. Het ‘christelijken misselijken’ en ‘katholieken stinkfabrieken’ galmde dan door de gymzaal.
De beelden van toen komen nu door als een splijtende dieptepass. Ik herinner me mijn eerste voetbal, al spoedig lek gestoken door de buurman. Het te laat komen bij mijn allereerste wedstrijd, de trainingen in de modder, de derby’s met Geinburgia, onze hyperventilerende elftalleider Geert, de teamgenoten/agenten die mij van mijn bed lichtten na een kraakactie, mijn eerste gele kaart (incluis acceptgiro van de KNVB), en alle stadia van mijn decennialange dooltocht over het veld, die van de linksbinnenpositie via het doel naar mijn huidige rechtsbackpositie leidde. Het lijkt wel een bijna-doodervaring, dit terugblikken. En de wedstrijd is nog niet eens begonnen.
Een piepje in de groepsapp van ons team brengt me terug in het heden. ‘Henk, heb je nog een shirt voor me?’ Henk ‘heel hoog gespeeld’ van Bakel is onze onvolprezen non-playing captain. We willen hem ooit een nieuwe knie voor zijn verjaardag geven, in de hoop dat hij dan herrijst tot het hoofdklasseniveau waarop hij ooit acteerde. Ik herinner me hoe Henk eens achter zijn standbeen langs bijna een paal spleet, en het schijnt dat hij ooit, toen hij toevallig langs een potje straatvoetbal liep, een uit de lucht vallende bal in één keer dood in zijn nek liet vallen, een actie die door een van de straatvoetballers werd becommentarieerd met: ‘Gelukkig heeft ’ie meer verstand van verzekeren.’ Die Henk dus, die wordt nu geappt door Duco, die eigenlijk al was gestopt, maar dit hoogtepunt – of is het een dieptepunt? – niet wil missen.
Hospice als sponsor
Vandaag hebben we, o wonder, zeventien man. Er zijn gastspelers bij en oud-spelers, eentje zelfs die er vanaf de oprichting, in de jaren zeventig, bij was. Er schijnen ook partners en kinderen onderweg te zijn, en er is zelfs pers uitgerukt, zo is mij ter ore gekomen. Van alle kanten stroomt het toe naar het afvoerputje van voetballend Nederland.
De eerste griendbosjes dienen zich aan, Gouda nadert. Als ik het me goed herinner, speelde ONA hier. Ik check het op mijn iPhone. Ja hoor, ze bestaan nog, de mannen van Ontspanning na Arbeid. Bert Hertog zaliger, in mijn tijd chef sportredactie van de Goudsche Courant, besloot een verslag ooit met de zin ‘En de onanisten trokken juichend af’.
Als ik in Nieuwerkerk uitstap, kijk ik om me heen en adem diep in. De lucht voelt zwaar. Dit gaat zelfs voor een Amsterdammer moeilijk worden. De weg naar de allerlaagste voetbalregionen is zwaarder dan menigeen denkt. Ik zie opeens mijn teamgenoten Jan en Maarten op het perron. Zonder het te weten zaten we in dezelfde trein, een coördinatieprobleem dat zich wel vaker voordoet in ons team. Samen lopen we naar de velden van vv Nieuwerkerk. Onderweg passeren we een hospice. Laat ik niet vergeten straks aan Henk het idee voor te leggen om ons door een hospice te laten sponsoren. Onze velden in Amsterdam liggen tegenover een begraafplaats, dat maakt het extra aantrekkelijk voor ze. Misschien kunnen we wel korting krijgen.
Gespannen gezicht
De aanblik van de parkeerplaats van VV Nieuwerkerk is een klap in mijn gezicht. Drie witte stretch-limo’s staan er te blinken. Wat een aanstellers, die Kampong-jongens. Zo zie je dat het toch een hockeyclub blijft. Ik kan niet nalaten een blik naar binnen te werpen. Ze hebben zelfs een barretje. Ik bid dat onze opponenten onderweg flink aan de fles hebben gezeten. Hoewel, stond winnen vandaag nou niet eigenlijk gelijk aan verliezen?
Het hoofdveld van VV Nieuwerkerk ligt er onberispelijk bij. Vers kunstgras, dat is voor technische spelers als wij alleen maar een voordeel. Aan de hekken zijn affiches bevestigd die de bezoekers op de bijzondere wedstrijd van vandaag attenderen. Langs de ene lange zijde van het veld staat een mooie overdekte tribune, aan de andere kant een bomenrij. De bordreclames van onder meer Sani-Dump, Michels Administratie & Belastingadvies en Kantoortehuur010.nl getuigen van een flink sponsorbestand. Zelfs de deur van onze kleedkamer is gesponsord. Bij WV-HEDW komen we niet veel verder dan reclameborden van een seksclub, een scheidingsadvocaat en de bank waar onze voorzitter vroeger werkte.
Op de zijlijn, recht tegenover de spelersuitgang, hebben de Nieuwerkerkers een smalle sokkel geplaatst. Daarop staat het ding waar het allemaal om draait, de beker. Ik schat dat ie zeker zeventig centimeter hoog is. Het lijkt wel een replica van de Champions League-beker. WISSELBEKER VAN DE ENIGE ECHTE DERBY DER ALLERLAAGSTE LANDEN (D.A.L.), staat erin gegraveerd, met daaronder plaatsnaam, datum en de namen van onze teams. Ik raak hem even voorzichtig aan. In de beker zie ik een gespannen gezicht weerspiegeld.
Schaduwfinale
Als ik mijn blik over het veld laat glijden, gaan mijn gedachten uit naar The Other Final, het duel tussen Bhutan en Montserrat, op dat moment (2002) de twee landen met de allerlaagste FIFA-ranking. Ik zoek het later even op: de wedstrijd werd gespeeld op de dag van de WK-finale tussen Brazilië en Duitsland in Japan. Er kwamen 25.000 mensen af op deze derby der allerlaagsten, die plaatsvond in het Changlimithangstadion in Thimphu, op 2334 meter hoogte. Bhutan, nummer 202 op de wereldranglijst, won met 4-0 van Montserrat, nummer 203 op de wereldranglijst. Morgen is de finale van de Champions League, tussen Bayern München en Paris Saint-Germain. Wij gaan dus ook een schaduwfinale spelen, al is het dan met 48 toeschouwers op 6,76 meter onder NAP. Ik weet het nu zeker: ik schrijf geschiedenis.
Uit het mediaoffensiefje dat de mannen van Kampong van tevoren hadden ingezet, weet ik dat ze ooit als studententeam zijn begonnen maar zich nu aan de verkeerde kant van de veertig bevinden. Zo’n team zijn wij ook, zij het dat ík me aan de verkeerde kant van de zestig bevind. Gelukkig hebben we er ook begin-twintigers bij lopen. Van oud zijn kun je trouwens ook een wapen maken. Als we weer eens tegen een studententeam moeten, vraag ik de linksbuiten altijd direct hoe oud ’ie is. Na het ‘Negentien, meneer’ vertel ik hem dat ik technisch gesproken zijn grootvader had kunnen zijn. Om er bij de eerstvolgende actie met gestrekt been in te gaan. Snapt ’ie niks van.
Hete kroketten
In ons team wordt meer over Plato gepraat dan over voetbal. Ooit hadden we zelfs een dubbele doctorandus op het middenveld rondlopen – hij is nu als toeschouwer meegereisd. Zo’n dubbele titel zegt overigens weinig, want rond een van onze interlands in Polen liet hij zich op kinderlijke wijze beroven door twee dames die zeiden dat ze de bankbiljetten in zijn portemonnee even wensten te bezichtigen.
De Kampongers ogen fit, al toont zich hier en daar een voortschrijdend buikje. Hun materiaal is meer op orde dan het onze. Ze lijken hun tenues gezamenlijk te hebben ingekocht en ze zelfs collectief te wassen. Dat kun je van ons niet zeggen. Net als wij hebben ze blauwe shirts en witte broeken, maar voor de gelegenheid gaan ze vandaag in het wit.
In de kleedkamer van balzaalformaat maakt Henk de opstelling bekend. Geen verrassingen. Gelegenheidsassistent Sinan ‘de bal is rond’ Belhawi schrijft de namen op een flipover en tekent er meteen de looplijnen bij. Vandaag keep ik, omdat Tomek er niet is. Ik overdenk even wat dat betekent. Moet ik de ballen als hete kroketten uit mijn handen laten vallen zodat we definitief het laagste team van Nederland worden? Indachtig de Bijbelspreuk ‘De laatsten zullen de eersten zijn’, zijn er daarna altijd nog doorgroeimogelijkheden in de hemel. Of moet ik de sportieve eer redden door naar alles te duiken wat beweegt? Dat laatste biedt meteen een kans om mijn voetbalcarrière horizontaal te beëindigen, iets wat ik altijd heb gewild. Het hospice is nabij.
Bonecrusher
De wedstrijd staat op het punt van beginnen. Wij betreden als eersten het veld, en vormen daar een erehaag voor de Kampongers. Uit de luidsprekers klinkt ‘De voetbalmars’ en als zij het veld op komen, applaudisseren we voor ze.
Beide teams stellen zich op langs de middencirkel. De muziek valt stil en de locoburgemeester van Nieuwerkerk komt het veld op om ons vanaf de middenstip officieel welkom te heten. Maar zijn speech wordt na een seconde of twintig al overstemd door de stadionspeaker, die kennelijk van een andere politieke partij is. De speaker leest een voor een onze namen voor. Voor zover we die nog niet hadden, heeft Henk ons van een bijnaam voorzien. Ik ben Menno ‘bonecrusher’ Bosma, een vreesaanjagende naam met een geschiedenis. De eerste en meteen ook laatste keer dat ik in het eerste speelde, blokte ik een tegenstander die uithaalde voor een schot zo effectief dat zijn voet haaks op zijn onderbeen kwam te staan. Bij het ziekenhuisbezoek verzekerde de arts me dat het weer goed zou C:\\Users\\HP Pavilion\\Downloads\\Derby der allerlaagsten DEF.docxkomen.
De eerste zetten op het veld zijn voor Kampong, dat de bal goed in de ploeg blijkt te kunnen houden. Wij zijn meer van het counteren en hebben daar na een paar minuten bijna succes mee. Even lijkt het een gelijk opgaande strijd te worden, iets waar prijstechnisch gezien geen rekening mee is gehouden. Maar dan kapt de aanvoerder van Kampong onze laatste man Jasper ‘the Boss’ Koetsier uit, verschijnt hij alleen voor mij en schiet hij de bal onberispelijk in de hoek. Een kwartier later wint een andere Kamponger een kopduel van Jan ‘tikkie terug’ Achterbergh, waarna de bal via de paal in het doel belandt. 2-0.
Minzaam geklap
In de rust worden de kleedkameranalyses danig verstoord door de komst van een beeldschone radioverslaggeefster van de NOS. Duco ‘de andere Boss’ van der Linden trekt opzichtig zijn shirtje uit. Later kaapt hij haar als Instagram-vriend net voor de neus van Allard ‘het glimlachende slangenmens’ de Groot weg. Ik hoor mezelf zinnen uitkramen die meer voor de ether zijn bedoeld dan voor mijn ploeggenoten. In Langs de Lijn van die avond is er niets van terug te horen.
Bij het weer naar buiten gaan geven Nieuwerkerkse jongetjes ons een vriendschappelijke boks. Ik hoor een oudere toeschouwer, die hier duidelijk alleen maar is omdat er voor de rest werkelijk totaal niets te doen is op zaterdag in Nieuwerkerk aan den IJssel, tegen de NOS-verslaggeefster zeggen dat het ‘niet om aan te gluren is’, voetbal op dit niveau. Aansporingen van Sinan ten spijt dat de bal rond is en na rust de bordjes vaak verhangen zijn, treedt er in de tweede helft geen verbetering op. Of is een 2-0-achterstand handhaven juist goed? Naarmate de wedstrijd vordert wordt de verwarring over wat een goed eindresultaat is alleen maar groter. Een intikkertje als gevolg van vermoeidheid in onze verdediging zorgt voor 3-0. Daarna grote vreugde in onze gelederen als de Kampong-keeper een corner in eigen doel werkt. De voorzienigheid staat aan onze kant. Zelfs als verlies winst is, wil je van de hatelijke nul af. Het moet ook weer niet lijken alsof je er niks van kunt. De 4-1 in blessuretijd is voor de statistieken. Na afloop zijn het de Kampongers die een erehaag vormen, en lopen wij tussen minzaam klappende handen door. We zijn trots in al onze vezels. Ik meen zelfs te voelen dat ik mijn paspoortlengte weer even terug heb.
Plan B
Dan komt het grote moment. De beker wordt uitgereikt. Maar aan wie? Deze allereerste Derby der Allerlaagste Landen moet het zonder regels stellen. Het verhaal is duidelijk. Wij dachten dat we het laagste seniorenteam van Nederland waren. Door een Twitterbericht kreeg Kampong 26 daar lucht van en daagde het team ons uit. Zo komt het dat we hier nu met z’n allen staan. De wedstrijd was bedoeld om te bepalen welk van beide numeriek laagste teams van Nederland daadwerkelijk op het laagste niveau opereert. Dat zijn wij gebleken. Maar wat betekent dat prijstechnisch?
Henk houdt het in zijn toespraak lang spannend. Dat het een mooie pot is geweest, dat de beste gewonnen heeft en dat het aardige jongens zijn… Je ziet iedereen naar de beker loeren. Voor wie is dat ding nou, verdomme? Dan haalt Henk een piepklein verfomfaaid bekertje tevoorschijn, zo te zien afkomstig van een rommelmarkt, en roept hij de aanvoerder van Kampong naar voren. Met een zure glimlach hoort die dat dit onooglijke stukje metaal voor Kampong is. Ja, had je maar een plan B *) moeten hebben, denk ik. Juichend heffen we de beker ten hemel.
In de boemel terug buitelen de ideeën voor een vervolg over elkaar heen. Een Losers League, met We are the losers als toernooi-tune? Volgend jaar op het hoogste punt van Nederland spelen? Nu, op het hoogtepunt (of was het nou dieptepunt?), stoppen? Voordat we eruit zijn, zijn we knikkebollend in slaap gevallen.
*) Op zoek naar het ultieme plan B-moment (winnen door het weggeven van de winst) kom je onvermijdelijk uit bij Barbados-Grenada, gespeeld op 27 januari 1994. Het ging om een kwalificatiewedstrijd voor de Shell Caribbean Cup. De organisatie had bedacht dat alle wedstrijden een winnaar moesten hebben. Na een gelijkspel volgden daarom een verlenging en eventueel strafschoppen. Een doelpunt in de verlenging was golden goal én telde dubbel. Barbados moest de wedstrijd met minimaal twee goals verschil van Grenada winnen om door te gaan. Na 82 minuten stond de ploeg inderdaad met 2-0 voor. Barbados blij. Maar in de 83e minuut maakte Grenada 2-1, waardoor Grenada zich zou kwalificeren. Barbados antwoordde in eerste instantie door furieus ten aanval te trekken. Toen dat na vijf minuten niet het gewenste resultaat had opgeleverd, veranderde het team plotseling van tactiek. Op aangeven van de keeper schoot een verdediger de bal in eigen doel. Bij deze stand, 2-2, zou er immers worden verlengd en kon Grenada via een golden goal in één klap het zwijgen worden opgelegd. Nu moest Grenada weer zien te scoren. In welk doel maakte niet uit: een eindstand met één goal verschil was voor Grenada voldoende. Barbados besloot daarop tot een hoogst opmerkelijke tactiek: het ging beide doelen verdedigen. Ingewikkeld, maar het lukte, mede door de verwarring die was ontstaan bij Grenada. Het bleef gelijk. In de verlenging scoorde Barbados de gehoopte golden goal. De winst-weggeven-om-te-winnen-strategie had gerendeerd. De regels die dit mogelijk maakten, werden na het toernooi meteen weer afgeschaft.

← Terug naar het nieuws